Inhoudsopgave
Considerans
1 Algemene bepalingen
1.1 Toepasselijkheid
1.2 Begripsbepalingen
1.3 Roldatum en inlevertijdstip
1.4 Procesvoering, afwijkende procesvoering
1.5 Toepasselijkheid op bijzondere procedures
1.6 Gevolgen niet-naleving reglement
1.7 Ambtshalve handhaven termijnen, verval van recht
1.8 Berichtenverkeer
1.9 Uitstel op grond van klemmende redenen of overmacht
1.10 Beslissing rechtbank op bericht
1.11 Inzage griffiedossier
1.12 Bekendmaking rol
1.13 Gevallen waarin dit reglement niet voorziet
1.14 Bijzondere omstandigheden
2 Indiening van processtukken
2.1 Tijdstip en wijze van indiening
2.2 Op het processtuk te vermelden gegevens
2.3 Producties
2.4 Conclusies en akten
2.5 Opmerkingen en accentueringen op stukken
2.6 Verandering of vermeerdering van eis
2.7 Termijnen voor conclusies en akten
2.8 Uitstel
2.9 Producties en proceshandelingen voorafgaand aan getuigenverhoor, comparitie, descente of pleidooi
2.10 Depot
2.11 Partijberaad
3 Nieuwe Zaken
3.1. Inschrijving, over te leggen stukken
3.2. Herstel verzuim
3.3. Toevoeging
3.4. Verwijzing door de kantonrechter: inschrijving
3.5. Verwijzing door de kantonrechter: eisende partij geen advocaat
3.6. Verwijzing door de kantonrechter: gedaagde partij geen advocaat
4 Comparitie na antwoord
4.1 Inhoud comparitievonnis
4.2. Mededelingen per brief
5 Pleidooi
5.1 Vragen pleidooi
5.2 Behandeling en beslissing
5.3 Aantal procesdossiers
5.4 Spreektijd
6 Uitspraak
6.1 Berichten aan de rechtbank nadat vonnis is bepaald
6.2 Incompleet griffiedossier
6.3 Termijn rolbeslissing
6.4 Termijn vonnis
6.5 Uitstel vonnis wijzen
7 Onttrekking
7.1 Mededeling onttrekking
7.2 Rolverwijzing voor het stellen van een nieuwe advocaat
7.3 Nieuwe advocaat gesteld
7.4 Geen nieuwe advocaat gesteld
8 Zittingsdata
8.1 Ambtshalve dagbepaling
8.2 Voorafgaande opgave verhinderdata
8.3 Uitstel na ambtshalve dagbepaling
8.4 Termijn opgave verhinderdata
8.5 Uitstel na opgave verhinderdata
9 Doorhaling, parkeerrol en hervatting
9.1 Doorhaling op eenstemmig verzoek
9.2 Ambtshalve doorhaling
9.3 Gronden verwijzing parkeerrol
9.4 Schema verwijzing parkeerrol
9.5 Behandeling parkeerrol
9.6 Hervatting (opbrengen)
10 Overgangsbepalingen
10.1 Vaststelling en inwerkingtreding
10.2 Toepasselijkheid
10.3 Invoering
CONSIDERANS
Voor u ligt het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken.
Dit procesreglement (hierna ook: het reglement) is in het kader van het project Civiele procedure van het programma versterking rechterlijke organisatie (PVRO) tot stand gekomen en het resultaat van een uitvoerige gedachtewisseling tussen de civiele sectoren van de negentien rechtbanken, waarbij ook een brede consultatie van de Nederlandse Orde van Advocaten heeft plaatsgevonden en afstemming heeft plaatsgehad met de afdeling wetgeving van het Ministerie van Justitie.
Op 14 april 2000 heeft het Landelijk Overleg Voorzitters van de Civiele sectoren van de rechtbanken (LOVC) deze procesregeling goedgekeurd, waarna alle rechtbanken het reglement als eigen reglement hebben vastgesteld.
Evaluatie van de werking van dit reglement heeft plaatsgevonden in oktober 2001. De wijzigingen waartoe deze evaluatie aanleiding heeft gegeven, zijn met ingang van 1 januari 2002 in werking getreden. Tijdens de op 10 februari 2003 gehouden tweede landelijke roldag, heeft een volgende evaluatie van het rolreglement plaatsgevonden, wederom resulterend in een aantal wijzigingen. Op 13 april 2006 is een derde landelijke roldag gehouden, die heeft geleid tot een aantal wijzigingen die op 1 maart 2007 in werking is getreden.
De thans voorliggende versie van het reglement vindt zijn oorsprong in een initiatief van het Project procesreglementen, dat onderdeel uitmaakt van het Programma Civiele Sectoren, en is ontwikkeld door een door dit project geïnitieerde en door het LOVC gefaciliteerde werkgroep, in nauwe samenwerking met de redactieraad die verantwoordelijk is voor het onderhoud van het reglement en de Nederlandse Orde van Advocaten. Het LOVC heeft de gewijzigde versie op 13 juni 2008 goedgekeurd, waarna de besturen van alle rechtbanken deze versie hebben geaccordeerd en publicatie in de Staatscourant is gevolgd.
Het reglement beoogt in de eerste plaats uniformiteit in de wijze van procederen bij alle rechtbanken in de civiele zaken die met een dagvaarding worden ingeleid en beoogt voorts een bijdrage te leveren aan verkorting van de doorlooptijden van de civielrechtelijke procedure.
De thans voorliggende versie behelst voornamelijk een niet-inhoudelijke aanpassing van het reglement waardoor het op het punt van de redactie, vormgeving en mogelijkheden om het digitaal te raadplegen in de pas zal lopen met de overige inmiddels door het Project procesreglementen ontwikkelde landelijke procesreglementen. Voorts is in de nieuwe versie van het reglement rekening gehouden met de afschaffing van de verplichte procuraten.
Mocht u de gedrukte uitgave van het reglement raadplegen, dan maken wij u erop attent dat dit niet het brondocument is. Vanwege de wijzigingen die met enige regelmaat in de tekst worden aangebracht, is het brondocument, behalve in de Staatscourant, te vinden op de website http://www.rechtspraak.nl/Naar+de+rechter/Landelijke+regelingen/Sector+civiel+recht/. Op de website staat altijd de meest recente versie van dit reglement, inclusief de inhoud van de hyperlinks die in de gedrukte versie niet is weergegeven.
Versie, september 2008
1 ALGEMENE BEPALINGEN
1.1 Toepasselijkheid
Dit reglement heeft betrekking op de voortgang van het geding in alle met een dagvaarding ingeleide civiele zaken bij de rechtbanken waarvoor een verplichte procesvertegenwoordiging geldt.
1.2 Begripsbepalingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
1.3 Roldatum en inlevertijdstip
De roldatum en het inlevertijdstip: woensdag en 10.00 uur.
1.4 Procesvoering, afwijkende procesvoering
Partijen zijn gebonden aan de wijze en termijnen van procesvoering als in dit reglement voorzien, tenzij de rechtbank op hun eenstemmig verzoek dat vóór de eerste roldatum is gedaan, een daarvan afwijkende procesvoering toestaat.
1.5 Toepasselijkheid op bijzondere procedures
Dit reglement is ook van toepassing op procedures waarvoor enige bijzondere wettelijke regeling betreffende de procesvoering geldt, behoudens voor zover deze regeling zich daartegen verzet.
1.6 Gevolgen niet-naleving reglement
De rechtbank zal aan de niet-naleving van een in dit reglement gegeven voorschrift het gevolg verbinden dat haar met het oog op de aard van het voorschrift en de ernst van het verzuim passend voorkomt.
1.7 Ambtshalve handhaven termijnen, verval van recht
De termijnen worden ambtshalve gehandhaafd, tenzij uit dit reglement anders voortvloeit.
Indien een proceshandeling niet is verricht binnen de daarvoor gestelde termijn en van die termijn geen uitstel kan worden verkregen, vervalt het recht de proceshandeling te verrichten.
1.8 Berichtenverkeer
Een partij gebruikt voor een aan de rechtbank gericht bericht een B-formulier. Indien een bericht niet door middel van een B-formulier ter kennis van de rechtbank kan worden gebracht, kan dit ook per telefax worden toegezonden
Indien een partij enig bericht aan de rechtbank zendt, doet deze partij gelijktijdig een kopie van het bericht aan de wederpartij toekomen. Zij doet dit op zodanige wijze dat kan worden aangenomen dat de wederpartij het bericht niet later dan de rechtbank ontvangt. Uit het bericht aan de rechtbank moet blijken dat aan dit voorschrift is voldaan. De wederpartij kan binnen twee dagen reageren.
1.9 Uitstel op grond van klemmende redenen of overmacht
Een gemotiveerd verzoek van een partij om uitstel op grond van klemmende redenen, wordt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk vier dagen voor de afloop van de desbetreffende termijn of voor de zitting ingediend. De wederpartij kan binnen twee dagen na indiening van het verzoek reageren.
De rechtbank beoordeelt het verzoek zo spoedig mogelijk na het verstrijken van een termijn van twee dagen na indiening van het verzoek of, indien voordien een reactie van de wederpartij is ontvangen, zo spoedig mogelijk na ontvangst van deze reactie.
Indien een partij door overmacht niet in staat is het verzoek in te dienen binnen de in de eerste zin van deze bepaling genoemde termijn van vier dagen, geeft zij de rechtbank daarvan bij eerste gelegenheid bericht. De rechtbank beslist terstond, de wederpartij zo mogelijk gehoord.
1.10 Beslissing rechtbank op bericht
Bij haar beslissing op een bericht bepaalt de rechtbank, zo nodig, ook door welke partij en op welke termijn enige proceshandeling zal worden verricht.
1.11 Inzage griffiedossier
Partijen hebben recht op inzage van het griffiedossier.
1.12 Bekendmaking rol
De verrichte proceshandelingen en het wijzen van vonnis worden uiterlijk twee dagen na de rol op Roljournaal bekendgemaakt.
1.13 Gevallen waarin dit reglement niet voorziet
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de rechtbank. Bij de beslissing worden zoveel mogelijk de bepalingen van dit reglement in acht genomen.
1.14 Bijzondere omstandigheden
Indien omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven, kan de rechtbank van dit reglement afwijken.
2.1 Tijdstip en wijze van indiening
Voor zover in artikel 3.1 niet anders is bepaald, wordt een voor een roldatum bestemd processtuk uiterlijk op het inlevertijdstip ter griffie ingediend.
De indiener voegt bij het processtuk een behoorlijk ingevuld B-formulier.
2.2 Op het processtuk te vermelden gegevens
Op het processtuk worden in de kop administratieve gegevens, zoals zaak- of rolnummer en roldatum, en de namen van de procespartijen, vermeld.
Indien met het processtuk ook een andere proceshandeling wordt verricht dan die waarvoor de zaak staat, wordt hiervan eveneens melding gemaakt in de kop en op het bijgevoegde B-formulier.
2.3 Producties
De indiener nummert de in het geding gebrachte producties en voegt een overzicht bij.
In een volgend processtuk van een partij wordt bij de nummering van de producties uit het vorige processtuk van diezelfde partij aangesloten.
2.4 Conclusies en akten
Conclusies en akten worden in enkelvoud ingediend.
De partij die een conclusie of akte indient, zorgt voor gelijktijdige toezending of terhandstelling aan de wederpartij van een kopie daarvan en, indien van toepassing, van de daarbij behorende producties.
2.5 Opmerkingen en accentueringen op stukken
Overgelegde stukken bevatten geen opmerkingen en geen accentueringen die in het originele stuk niet voorkomen. Stukken die hieraan niet voldoen, worden teruggezonden. De indiener vervangt de teruggezonden stukken binnen twee weken door exemplaren die van deze opmerkingen en accentueringen zijn geschoond.
2.6 Verandering of vermeerdering van eis
Een partij die haar eis of de grondslag daarvan verandert of vermeerdert, vermeldt dit in de kop van het processtuk en op het B-formulier.
Indien een partij bezwaar wenst te maken tegen een verandering of vermeerdering van de eis en op dit bezwaar een beslissing wil verkrijgen alvorens verder te procederen, vraagt zij de rechtbank de zaak te plaatsen op de rol van twee weken na de roldatum waarop de verandering of vermeerdering van de eis is gedaan. Deze termijn wordt niet verlengd. Indien deze partij op andere wijze bezwaar maakt, wordt op het bezwaar bij het eerstvolgende vonnis beslist.
2.7 Termijnen voor conclusies en akten
Voor een conclusie of een akte, geldt tot aan het wijzen van een inhoudelijk tussenvonnis een termijn van zes weken en daarna een termijn van vier weken.
Voor een conclusie in een incident en voor een eenvoudige akte geldt een termijn van twee weken.
2.8 Uitstel
Uitstel wordt niet verleend, behoudens in de volgende gevallen:
a. op eenstemmig verzoek van partijen, tenzij uitstel zou leiden tot onredelijke vertraging van het geding;
b. op verzoek van een of meer partijen op grond van klemmende redenen;
c. op verzoek van een of meer partijen in geval van overmacht.
Een eerste eenstemmig verzoek van partijen als bedoeld onder a. wordt ingewilligd. Een tweede en volgend eenstemmig verzoek wordt schriftelijk toegelicht, waarbij partijen tevens motiveren waarom verwijzing naar de parkeerrol niet in aanmerking komt.
Uitstel wordt verleend met inachtneming van ten hoogste de termijnen als bedoeld in artikel 2.7.
2.9 Producties en proceshandelingen voorafgaand aan getuigenverhoor, comparitie, descente of pleidooi
Een partij die bij gelegenheid van een getuigenverhoor, comparitie, descente of pleidooi nog een proceshandeling wenst te verrichten of producties in het geding wenst te brengen, zendt uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting een afschrift van de te verrichten proceshandeling of de in het geding te brengen producties aan de rechtbank en aan de wederpartij toe. Dit afschrift kan ook per telefax aan de rechtbank worden toegezonden.
2.10 Depot
Voorwerpen kunnen ter griffie worden gedeponeerd. Van het depot maakt de griffie een akte op, die aan het griffiedossier wordt toegevoegd en in kopie aan partijen ter beschikking wordt gesteld.
Indien vanwege de aard van het voorwerp depot ter griffie niet in aanmerking komt, kan het voorwerp op een andere plaats worden gedeponeerd. In de akte wordt deze plaats vermeld.
2.11 Partijberaad
Nadat de laatst toegelaten proceshandeling is verricht, wordt een termijn van twee weken verleend om een verzoek in te dienen tot het nemen van een conclusie of akte, het houden van pleidooi, het wijzen van vonnis, verwijzing naar de parkeerrol of doorhaling. Indien een dergelijk verzoek achterwege blijft, wordt een roldatum voor vonnis bepaald of wordt de zaak naar de parkeerrol verwezen.
3 NIEUWE ZAKEN
3.1. Inschrijving, over te leggen stukken
Een nieuwe zaak wordt ter griffie ingediend uiterlijk op de laatste dag voorafgaande aan de in de dagvaarding vermelde roldatum.
Daarbij wordt gebruik gemaakt van het B-formulier, en worden, indien en voor zover van toepassing, de volgende stukken overgelegd of mededelingen gedaan:
en worden in de navolgende gevallen bovendien nog de volgende stukken in kopie overgelegd:
3.6. Verwijzing door de kantonrechter: gedaagde partij geen advocaat
Indien een gedaagde partij op de door de kantonrechter bepaalde roldatum geen advocaat heeft gesteld en de verwijzing niet, onder betekening van de beslissing van de kantonrechter, bij exploot aan deze gedaagde partij is aangezegd, wordt de zaak verwezen naar een roldatum gelegen op een termijn van twee weken, tegen welke roldatum de verwijzing alsnog kan worden aangezegd.
4 COMPARITIE NA ANTWOORD
4.1 Inhoud comparitievonnis
Het comparitievonnis vermeldt de ambtshalve bepaalde datum waarop de comparitie wordt gehouden en het aanvangs- en eindtijdstip van de comparitie.
Het vonnis kan voorts vermelden:
indien een eis in reconventie is ingesteld, op welke dag de conclusie van antwoord in reconventie uiterlijk door de rechtbank en de wederpartij moet zijn ontvangen en dat het antwoord in reconventie ter comparitie kan worden genomen.
4.2. Mededelingen per brief
De rechtbank kan de in artikel 4.1. genoemde zaken ook bij brief onder de aandacht van partijen brengen.
5 PLEIDOOI
5.1 Vragen pleidooi
Een partij die om pleidooi vraagt, doet dit gemotiveerd onder opgave van haar verhinderdata en die van de wederpartij. Indien geen verhinderdata zijn opgegeven, is de rechtbank in de dagbepaling vrij.
5.2 Behandeling en beslissing
Nadat de wederpartij in de gelegenheid is gesteld binnen één week op het verzoek tot het houden van een pleidooi te reageren, beslist de rechtbank.
5.3 Aantal procesdossiers
Bij het vragen van pleidooi wordt een extra exemplaar van het procesdossier overgelegd, tenzij de rechtbank heeft medegedeeld dat overlegging achterwege kan blijven. Indien pleidooi wordt gehouden voor een meervoudige kamer van de rechtbank, legt de partij die om pleidooi heeft verzocht, uiterlijk vier weken voor de dag waarop het pleidooi zal worden gehouden nog eens twee extra exemplaren van het procesdossier over.
Ter gelegenheid van het pleidooi in het geding te brengen producties worden in tweevoud overgelegd indien het pleidooi voor een enkelvoudige kamer van de rechtbank wordt gehouden en in viervoud indien het pleidooi voor een meervoudige kamer wordt gehouden.
5.4 Spreektijd
Voor de pleitzitting wordt anderhalf uur gereserveerd.
Iedere partij krijgt in de eerste termijn de gelegenheid haar standpunt gedurende ten hoogste dertig minuten toe te lichten. Indien een partij langer wenst te pleiten, verzoekt zij dit gemotiveerd bij het vragen van het pleidooi, onder opgave van de gewenste spreektijd.
6 UITSPRAAK
6.1 Berichten aan de rechtbank nadat vonnis is bepaald
De rechtbank neemt geen kennis van berichten aan de rechtbank nadat vonnis is bepaald, tenzij blijkt dat de wederpartij met de kennisneming heeft ingestemd.
6.2 Incompleet griffiedossier
Een partij bij wie na het bepalen van vonnis in het griffiedossier ontbrekende stukken zijn opgevraagd, doet deze stukken binnen twee weken aan de griffie toekomen.
6.3 Termijn rolbeslissing
De termijn voor een rolbeslissing bedraagt twee weken.
6.4 Termijn vonnis
De termijn voor het wijzen van een vonnis bedraagt zes weken. De termijn voor het wijzen van een verstekvonnis en een vonnis in een incident bedraagt vier weken.
Een vonnis kan ook bij vervroeging worden uitgesproken, tenzij beide partijen hiertegen bezwaar maken. Een verstekvonnis kan niet bij vervroeging worden uitgesproken.
6.5 Uitstel vonnis wijzen
Een partij kan verzoeken om uitstel van het wijzen van vonnis. Het bepaalde in artikel 2.8. is van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van dit verzoek.
Indien voor de tweede maal om uitstel wordt verzocht en de rechtbank dit verzoek inwilligt, wordt de zaak naar de parkeerrol verwezen.
7.1 Mededeling onttrekking
De advocaat van een partij die zich op een roldatum aan een zaak wil onttrekken, geeft daarvan bericht met een aan de rechtbank gericht B-formulier.
De advocaat heeft zijn opdrachtgever over de gevolgen daarvan geïnformeerd. Bij zijn bericht aan de rechtbank bevestigt de advocaat dat hij deze verplichting is nagekomen.
7.2 Rolverwijzing voor het stellen van een nieuwe advocaat
Na de onttrekking wordt de zaak verwezen naar de roldatum gelegen op een termijn van twee weken later voor het stellen van een nieuwe advocaat.
7.3 Nieuwe advocaat gesteld
Indien zich voor de in artikel 7.1 bedoelde partij een andere advocaat stelt, wordt de proceshandeling waarvoor deze partij staat, alsnog op de in artikel 7.2 genoemde roldatum verricht.
7.4 Geen nieuwe advocaat gesteld
Indien zich op de in artikel 7.2 genoemde roldatum geen andere advocaat stelt, kan de wederpartij verzoeken in de zaak vonnis te wijzen.
Indien zich op deze roldatum geen andere advocaat stelt en de wederpartij niet verzoekt in de zaak vonnis te wijzen of de proceshandeling waarvoor zij staat op deze datum niet verricht, wordt de zaak naar de parkeerrol verwezen.
8.1 Ambtshalve dagbepaling
De rechtbank kan de datum en het aanvangs- en eindtijdstip van een zitting, waaronder begrepen een descente, ambtshalve bepalen.
8.2 Voorafgaande opgave verhinderdata
Een partij die voorziet dat in haar zaak een zitting zal worden bepaald waarbij haar aanwezigheid is vereist, kan op voorhand verhinderdata schriftelijk aan de rechtbank opgeven met een B-formulier.
8.3 Uitstel na ambtshalve dagbepaling
Indien datum en tijdstip van de zitting ambtshalve zijn bepaald, kunnen partijen binnen twee weken na de datum van de beslissing dagbepaling schriftelijk een andere dag voor de zitting verzoeken. Bij het verzoek wordt een opgave van de verhinderdata van alle betrokkenen voor de eerstkomende drie maanden gevoegd. Indien deze opgave ontbreekt, wordt aan partijen medegedeeld dat de eerdere dagbepaling van kracht blijft.
Behoudens in geval van klemmende redenen of overmacht wordt na het verstrijken van de termijn van twee weken geen uitstel van de desbetreffende zitting meer verleend.
8.4 Termijn opgave verhinderdata
De rechtbank kan partijen in de gelegenheid stellen binnen een termijn van twee weken opgave te doen van hun verhinderdata. Indien partijen hun opgave niet binnen deze termijn aan de rechtbank hebben doen toekomen, wordt ervan uitgegaan dat zij geen verhinderdata hebben.
8.5 Uitstel na opgave verhinderdata
Indien bij het bepalen van datum en tijdstip van de zitting rekening is gehouden met de opgegeven verhinderdata van partijen, wordt alleen nog uitstel verleend in een van de volgende gevallen:
In het hiervoor onder a. bedoelde geval kan iedere partij binnen twee weken na de datum waarop de dagbepaling heeft plaatsgevonden, aanvullende verhinderdata opgeven. Bij de nieuwe dagbepaling wordt met een dergelijke tijdig ontvangen aanvullende opgave rekening gehouden.
In het hiervoor onder b. bedoelde geval wordt gehandeld met inachtneming van het bepaalde in artikel 8.4.
9 DOORHALING, PARKEERROL EN HERVATTING
9.1 Doorhaling op eenstemmig verzoek
De zaak wordt op eenstemmig verzoek van partijen op de continuatierol of op de parkeerrol doorgehaald.
9.2 Ambtshalve doorhaling
Alleen een zaak die op de parkeerrol staat, kan ambtshalve worden doorgehaald.
9.3 Gronden verwijzing parkeerrol
Een zaak kan op eenstemmig verzoek van partijen naar de parkeerrol worden verwezen op de grond dat zij tijdelijk niet wensen voort te procederen.
Voorts wordt ambtshalve naar de parkeerrol verwezen:
- een zaak waarin tot ambtshalve doorhaling zal worden overgegaan omdat partijen geen prijs stellen op verdere voortzetting van de procedure;
- een zaak waarin verwijzing naar de parkeerrol uit dit reglement voortvloeit;
- een zaak waarin het geding is geschorst.
9.4 Schema verwijzing parkeerrol
Voor verwijzing naar de parkeerrol geldt het volgende schema:
zaken die op een roldatum in de maanden januari tot en met juni naar de parkeerrol worden verwezen, worden geplaatst op de parkeerrol die wordt behandeld op de eerste roldatum in de maand oktober van datzelfde jaar;
zaken die op een roldatum in de maanden juli tot en met december naar de parkeerrol worden verwezen, worden geplaatst op de parkeerrol die wordt behandeld op de eerste roldatum in de maand april van het daaropvolgende jaar.
9.5 Behandeling parkeerrol
De parkeerrol wordt, naast de continuatierol, op de eerste roldatum in april en oktober van ieder jaar behandeld.
Een partij dient uiterlijk vier dagen voorafgaande aan de roldatum waarop de parkeerrol wordt behandeld, te berichten of zij de zaak wenst te hervatten of te laten doorhalen of verwijzing naar een volgende parkeerrol wenst. Dit bericht wordt gedaan met behulp van een B-formulier. Indien om verwijzing naar een volgende parkeerrol wordt verzocht, bevat het verzoek een motivering waarom ambtshalve doorhaling niet in aanmerking komt.
Indien partijen zich hierover niet uitlaten, wordt ervan uitgegaan dat zij het geding niet wensen voort te zetten en wordt de zaak ambtshalve doorgehaald.
Indien een op de parkeerrol geplaatste zaak niet wordt doorgehaald:
9.6 Hervatting (opbrengen)
Een zaak kan op verzoek van een partij weer naar de continuatierol worden verwezen.
Het verzoek vermeldt op welke roldatum deze partij de zaak wenst te hebben geplaatst en dat de wederpartij van het verzoek op de hoogte is gesteld.
Bij het verzoek wordt gevoegd:
indien in de zaak een zitting was bepaald, mededeling over de wijze waarop partijen wensen voort te procederen.
10 OVERGANGSBEPALINGEN
10.1 Vaststelling en inwerkingtreding
Deze versie van het Landelijk reglement voor de civiele rol bij de rechtbanken (hierna: dit reglement) is in de vergadering van het Landelijk Overleg Voorzitters van de Civiele Sectoren van de rechtbanken (LOVC) van 13 juni 2008 vastgesteld.
Dit reglement treedt in werking op 1 september 2008.
10.2 Toepasselijkheid
Dit reglement is van toepassing vanaf het tijdstip van zijn in werking treden.
10.3 Invoering
Dit reglement vervangt met ingang van 1 september 2008 de voordien geldende versie van het Landelijk reglement voor de civiele rol bij de rechtbanken.