Procesreglement scheidingsprocedure
| Dit landelijk model is vastgesteld op 14 april 2000 door de vergadering van voorzitters van de familiesectoren van de arrondissementsrechtbanken in Nederland | |
| Inwerkingtreding 1 januari 2001 | |
| Onderwerpen op deze pagina: | |
| Voorwoord | |
| Algemeen | |
| Indiening verzoekschrift | |
| Voorlopige voorzieningen | |
| Betekeningsexploit | |
| Verweerschrift/referte | |
| Verweerschrift op zelfstandig verzoek | |
| Behandeling ter zitting | |
| Minderjarigen | |
| Uitspraak | |
| Overgangsbepaling | |
| Bijlage 1: controlelijst (echt)scheidingsverzoekschriften | |
| Bijlage 2: Referteverklaring | |
| Bijlage 3: Oproepingsbrief voor de zitting | |
| Voorwoord | |
| Op 14 april 2000 zijn voor het eerst in de geschiedenis alle voorzitters van de rechtbanksectoren familie- en jeugdrecht bij elkaar gekomen. Twee belangrijke beslissingen werden genomen: de vaststelling van het procesreglement scheidingsprocedure en de oprichting van een structureel landelijk overleg familie- en jeugdsectoren. | |
| Hiermee is in een ontwikkeling die eind 1998 is begonnen een belangrijke mijlpaal bereikt. | |
| Het begon allemaal met een leerboek voor familierecht-advocaten, waarin 19 bijlagen met het zogenaamde lokale 'procesrecht' waren opgenomen. | |
| Hierdoor werd weer eens pijnlijk duidelijk hoe sterk de regels van elkaar afweken terwijl daarvoor eigenlijk geen goede rationele verklaring was te geven. Iedere rechtbank had naar beste weten en met grote zorgvuldigheid inhoud gegeven aan het nieuwe echtscheidingsprocesrecht met als gevolg grote onderlinge verschillen, ook op belangrijke punten. | |
| Met het doel deze schijn van willekeur weg te nemen en het procederen voor advocaten en justitiabelen eenvoudiger en duidelijker te maken is het project opgezet als onderdeel van het Programma Versterking Rechterlijke Organisatie (PVRO). Tegelijkertijd is natuurlijk getracht in het algemeen de kwaliteit van de regels te verbeteren door van elkaars werkwijze te leren. | |
| Hoe is dit reglement tot stand gekomen? Begonnen is met vast te stellen op welke punten uniformiteit nodig is. Vervolgens is geïnventariseerd hoe de regels van iedere rechtbank op die punten waren. Die uitkomsten van de inventarisatie zijn daarna teruggebracht tot, per onderwerp, de meest voorkomende varianten. Uit die varianten heeft het projectteam keuzes gemaakt, soms nieuwe toegevoegd en zo een eerste concept tot stand gebracht. | |
| Dit concept is met alle rechtbanken afzonderlijk besproken. Het commentaar leverde vervolgens de bouwstenen voor een nieuw concept, dat, voorzien van een uitgebreide toelichting, aan de vergadering van sectorvoorzitters is voorgelegd en door hen, na een aantal wijzigingen, is vastgesteld. | |
| Bij de keuzes die zijn gedaan werden steeds afgewogen: het belang van de justitiabelen, de interne 'werkbaarheid', waar mogelijk kortere doorlooptijden - overigens met het besef dat de factor tijd in scheidingszaken vaak een andere betekenis heeft dan in handelsprocedures - en dat alles met een uitkomst die juridisch correct is. Tenslotte is waar nodig afgestemd met het Reglement van de Hoven en het landelijk civiel rolreglement. | |
| Van het begin af aan heeft overleg plaatsgevonden met de advocatuur (NOVA) en de Raad voor de Kinderbescherming. | |
| Aangezien er geen instantie in Nederland bestaat, die aan de gerechten kan voorschrijven hoe hun reglementen eruit moeten zien, is voor de invoering de volgende weg gevolgd: het reglement is een landelijk 'model'. Iedere rechtbank heeft vervolgens zijn eigen reglement conform dit model vastgesteld. | |
| Het resultaat zou ondenkbaar zijn geweest zonder de loyale medewerking van de meest betrokkenen: de leiding van de familiesectoren. Met name is een woord van dank op zijn plaats aan de mensen van de ondersteuning die met hun grote kennis van de interne processen, hun dagelijkse contacten met de advocatuur en hun zorgvuldige voorbereiding van de gesprekken een wezenlijke bijdrage hebben geleverd. | |
| Dit is geen eindpunt maar een begin. Het is het begin van een proces van kwaliteitsverbetering door onderlinge afstemming en het profiteren van elkaars ideëen. | |
| Een reglement is, als het goed is, een levend iets. Het zal steeds moeten worden aangepast en verbeterd. Dat zal één van de belangrijkste taken van het landelijk overleg worden. Alle op- en aanmerkingen van de gebruikers zijn dan ook welkom bij het secretariaat, dat voorlopig wordt waargenomen door de projectvoorzitter (mr. J.W. Heyman) en de projectsecretaris (C.J.H. Lamens-v.d. Bulk) werkzaam bij de familie- en jeugdsector van de rechtbank Rotterdam. | |
| Algemeen | |
| 1.1. Van alle berichten aan de rechtbank dient tegelijkertijd een afschrift aan de wederpartij te worden gezonden. Uit het bericht moet blijken dat hieraan is voldaan. | |
| 1.2. Op alle berichten dient het zaaknummer en/of rekestnummer te worden vermeld. | |
| 1.3. Indien niet aan het voorgaande wordt voldaan, wordt het bericht teruggezonden en wordt op de inhoud geen acht geslagen. | |
| 1.4. Voorzover met een rolmededelingensysteem wordt gewerkt, worden rolmededelingen als schriftelijke mededelingen in de zin van dit reglement beschouwd. | |
| 1.5. Een werkdag is niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag (Algemene Termijnenwet). | |
| Indiening verzoekschrift | |
| (zie ook de artikelen 429d en 815 Rv) | |
| 2.1. Iedere werkdag kan een verzoekschrift met bijlagen in tweevoud ter griffie worden ingediend. | |
| Convenanten dienen in drievoud te worden bijgevoegd. | |
| Indien ten behoeve van de minderjarige kinderen gezags- of omgangsvoorzieningen moeten worden getroffen, dient een extra voor de Raad voor de Kinderbescherming bestemd exemplaar van het verzoekschrift te worden bijgevoegd. | |
| 2.2. Bij de indiening van het verzoekschrift moeten worden overgelegd de in artikel 815 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) genoemde bescheiden, met dien verstande dat | |
|
|
| Alle bescheiden moeten zijn gedateerd en gewaarmerkt. | |
| Ingeval voorlopige voorzieningen zijn gevraagd, dient het zaaknummer van die procedure te worden vermeld. | |
| De genoemde bescheiden mogen niet langer dan drie maanden voor indiening van het verzoekschrift zijn afgegeven. | |
| Indien naar een convenant wordt verwezen of opneming daarvan wordt verzocht, moet dit convenant worden overgelegd. | |
| Bij internationale scheidingen, waarbij een beslissing ten aanzien van de huwelijksgoederengemeenschap wordt gevraagd, dienen alle omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de bepaling van het toepasselijk recht in het verzoekschrift te worden vermeld. | |
| 2.3. Zodra het verzoekschrift is ontvangen, wordt het ingeschreven. Tevens wordt een ontvangstbevestiging met vermelding van het zaaknummer aan de procureur van verzoeker gestuurd, waarbij eveneens wordt meegedeeld de in artikel 4.2. genoemde termijn waarbinnen het betekeningsexploit ter griffie moet zijn overgelegd. | |
| Wanneer bij indiening van het verzoekschrift vermeldingen ontbreken of niet alle ingevolge artikel 2.2. over te leggen bescheiden ter griffie zijn binnengekomen, wordt dit bij voormelde ontvangstbevestiging tevens aangegeven. De ontbrekende vermeldingen of bescheiden moeten zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk vóór afloop van de verweertermijn in één keer zijn toegevoegd. Bij gemeenschappelijke verzoeken is deze termijn vier weken. | |
| Wanneer na afloop van bovengenoemde termijnen wordt geconstateerd dat verzoeker aan de verplichting van artikel 2.2. niet volledig heeft voldaan zonder dat daarvoor vóór afloop van genoemde termijnen schriftelijk klemmende redenen zijn aangevoerd, zal verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek. | |
| Voorlopige voorzieningen | |
| (zie ook de artikelen 821 t/m 826 Rv en de artikelen 429f, 429h en 429k Rv) | |
| 3.1. Het verzoekschrift strekkende tot het treffen van voorlopige voorzieningen wordt in tweevoud ingediend. | |
| Bij binnenkomst ter griffie wordt het verzoekschrift geregistreerd en van een eigen zaaknummer voorzien. | |
| 3.2. Voorlopige voorzieningen dienen bij afzonderlijk verzoekschrift te worden gevraagd. | |
| Indien voorlopige voorzieningen worden gevraagd, nadat al een echtscheidingsverzoek is ingediend, moet het zaaknummer van het echtscheidingsverzoek duidelijk zichtbaar boven het verzoek worden vermeld. | |
| 3.3. De oproep voor de behandeling van de voorlopige voorzieningen en het afschrift van het verzoekschrift voorlopige voorzieningen worden, ingeval nog geen procureur bekend is, door de griffie aangetekend aan gerekwestreerde toegezonden. | |
| Betekeningsexploit | |
| (zie ook artikel 816 Rv) | |
| 4.1. Bij betekening moeten de volgende verweertermijnen, als bedoeld in artikel 816 lid 1 Rv, in acht worden genomen: | |
| a. betekening binnen Nederland | |
| a.1. bekende woon- of verblijfplaats: tenminste 6 weken, te rekenen vanaf de dag van betekening; | |
| a.2. onbekende woon- of verblijfplaats: tenminste 3 maanden, te rekenen vanaf de dag van betekening; | |
| b. betekening buiten Nederland | |
| wanneer de andere echtgenoot geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, maar wèl in het buitenland heeft: tenminste 3 maanden, te rekenen vanaf de dag waarop het exploit in het buitenland is uitgereikt of de volgens de plaatselijke regeling verplichte handelingen daartoe zijn verricht. | |
| 4.2. Het betekeningsexploit dient uiterlijk vier weken na de datum, waarop het verzoekschrift strekkende tot scheiding werd ingeschreven, te worden overgelegd ter griffie. | |
| Indien hieraan niet wordt voldaan, wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek, tenzij er sprake is van klemmende redenen die voor afloop van de termijn schriftelijk zijn medegedeeld. | |
| 4.3. Van betekening kan worden afgezien, wanneer degene, aan wie betekend zou moeten worden, heeft aangegeven, op de wijze zoals hierna onder artikel 5.5. beschreven, zich terzake - zonder dat behandeling ter zitting plaatsvindt - te refereren. | |
| Verweerschrift/referte | |
| (zie ook artikelen 429h en 816 Rv) | |
| 5.1. Indiening verweerschrift: | |
| Behoudens de hierna onder 5.4. genoemde uitzondering kan op ieder moment tot aan de afloop van de verweertermijn een verweerschrift worden ingediend. | |
| Het verweerschrift met eventuele bijlagen wordt in tweevoud ingediend. | |
| Indien bij zelfstandig verzoek gezags- of omgangsvoorzieningen ten behoeve van de minderjarige kinderen worden gevraagd, dient een extra voor de Raad voor de Kinderbescherming bestemd exemplaar van het verweerschrift te worden bijgevoegd. | |
| Wanneer de draagkracht en/of de behoefte betwist wordt/worden, dienen bij het verweerschrift de bescheiden genoemd in artikel 7.3. te worden overgelegd. | |
| 5.2. Verzoek tot uitstel indiening verweerschrift: | |
| Een verzoek tot uitstel indiening verweerschrift dient binnen de in artikel 4.1. genoemde termijn schriftelijk te worden ingediend. | |
| De procureur van de wederpartij kan desgewenst per omgaande doch uiterlijk binnen één week na datering van het uitstelverzoek schriftelijk reageren. | |
| Op het uitstelverzoek wordt als volgt beslist: | |
| _ het eerste verzoek wordt altijd toegestaan voor een termijn van maximaal vier weken; | |
| _ ten aanzien van de volgende verzoeken geldt: | |
|
|
| De beslissing op een uitstelverzoek als hiervoor bedoeld, wordt schriftelijk aan partijen medegedeeld. | |
| 5.3. Indien een niet door een procureur vertegenwoordigde verweerder laat weten verweer te willen voeren, zal, onder terugzending van een zonder tussenkomst van een procureur ingezonden verweerschrift, worden geantwoord | |
|
|
| 5.4. Sanctie bij te laat ingediend verweerschrift: | |
| Te laat ingediende verweerschriften zullen worden geweigerd tenzij: | |
| a) verweerder een schriftelijke verklaring van de verzoekende partij overlegt, waaruit blijkt dat deze geen bezwaar heeft of | |
| b) verweerder schriftelijk klemmende redenen aanvoert, die de te late indiening rechtvaardigen. | |
| 5.5. Referteverklaring: | |
| Tot aan de afloop van de verweertermijn kan een referteverklaring worden overgelegd. | |
| De referteverklaring is een schriftelijke door gerekwestreerde ondertekende verklaring, opgesteld conform bijlage 2 bij dit reglement en geautoriseerd door een advocaat, waaruit genoegzaam blijkt dat gerekwestreerde kennis heeft genomen van het verzoekschrift, dat geen verweer zal worden gevoerd en dus ook wordt afgezien van een behandeling ter zitting. Indien tevens wordt afgezien van betekening van het verzoekschrift moet de referteverklaring zijn geautoriseerd door een andere advocaat dan die van verzoeker. | |
| Een referteverklaring heeft tot gevolg dat vanaf het moment van ontvangst daarvan de verweertermijn niet verder afgewacht behoeft te worden, alvorens te kunnen beslissen op het ingediende verzoek tot scheiding en eventuele nevenverzoeken, zodat - indien de stukken overigens compleet worden bevonden - aanstonds een datum voor beschikking zal worden bepaald, zonder dat behandeling als bedoeld in artikel 818 Rv hoeft plaats te vinden, met uitzondering van een eventueel kinderverhoor. | |
| Voor de indiening van een referteverklaring is geen griffierecht verschuldigd. | |
| Verweerschrift op zelfstandig verzoek | |
| (zie ook artikelen 429h lid 4 en 816 lid 4 Rv.) | |
| De hiervoor onder paragraaf 5 opgenomen bepalingen betreffende het verweerschrift gelden ook voor het verweerschrift op zelfstandig verzoek, met dien verstande dat als verweertermijn vier weken wordt aangehouden. | |
| Het verweerschrift mag uitsluitend betrekking hebben op het (de) zelfstandig(e) verzoek(en). | |
| Behandeling ter zitting | |
| (zie ook artikelen 429f, 429g, 803 en 818 Rv) | |
| 7.1. Afzien van behandeling ter zitting: | |
| Wanneer zowel verzoeker als verweerder schriftelijk aan de rechter hebben laten weten af te zien van een behandeling ter zitting, blijft deze achterwege, tenzij de rechter termen aanwezig acht toch een behandeling ter zitting te gelasten. | |
| 7.2. Dagbepaling: | |
| Zodra de procedure zover is gevorderd dat in een zaak een behandeling ter zitting dient te worden bepaald, wordt een datum daarvoor vastgesteld. | |
| Bij het bepalen van de zittingsdatum wordt uitgegaan van de navolgende oproepingstermijnen: | |
|
|
| De oproeping voor de zitting en het opvragen van nog ontbrekende informatie zal geschieden per brief conform het model in bijlage 3 bij dit reglement. | |
| 7.3. Instructie: | |
| Wanneer de behoefte en of de draagkracht van partijen of één van hen betwist wordt/worden, dient tenminste de navolgende financiële informatie uiterlijk tien dagen vóór de zitting te zijn overgelegd: | |
| a. van een werknemer de jaaropgaven over het vorige (of voorvorige) jaar en de laatste drie loonopgaven en/of uitkeringsspecificaties; | |
| b. van een zelfstandige de laatste drie vastgestelde jaarrekeningen en over de tijd daarna de voorlopige cijfers, ook tussentijdse; | |
| c. de laatste drie aangiften inkomsten- en vermogensbelasting, indien bestaand, met de bijbehorende aanslagen; | |
| d. een specificatie van de woonlasten met bewijsstukken; | |
| e. bewijsstukken van de eventuele schuld(en) en opgave van de restantschuld(en) en restantlooptijd, alsmede opgave wanneer en waarvoor deze schuld(en) is (zijn) aangegaan; | |
| f. een bewijsstuk van de premie ziektekostenverzekering alsmede opgave van de (eventuele) bijdrage van de werkgever daarin; | |
| g. bewijsstukken van eventuele andere bijzondere kosten, | |
| h. een draagkrachtberekening (over en weer) met alle daaraan ten grondslag liggende bescheiden voorzover hiervoor nog niet vermeld; | |
| i. bij kinderalimentatie een berekening van de draagkracht van een onderhoudsplichtige stiefouder. | |
| In de oproepingsbrief worden de ontbrekende bescheiden aangegeven. | |
| Deze brief dient - voorzoveel nodig - als bevel bedoeld in artikel 803 Rv. | |
| De rechter kan besluiten op informatie die na de hierboven genoemde termijn is binnengekomen geen acht te slaan. | |
| 7.4. Verhinderdata: | |
| De zittingsdatum zal worden vastgesteld zonder vooraf aan partijen verhinderdata op te vragen. | |
| Partijen kunnen binnen tien dagen na verzending van de oproep schriftelijk uitstel van de eerste behandeling ter zitting vragen, zulks onder gelijktijdige opgave van verhinderdagen van beide partijen voor een door de rechtbank te bepalen periode. | |
| Een met inachtneming van vorenstaande regels gevraagd uitstel zal altijd worden verleend. | |
| 7.5. Inlichtingen/informatie verschaffen tijdens of na afloop van de behandeling ter zitting: | |
| Indien tijdens de behandeling ter zitting wordt geconstateerd, dat nog nadere informatie nodig is, kan de rechter: | |
|
|
| Deze termijnen zijn fataal in die zin, dat de rechter geen acht zal slaan op informatie of reacties die na afloop van de gestelde termijnen zijn binnengekomen. De te laat ingekomen informatie wordt teruggezonden. | |
| 7.6. Verzoeken om uitstel van de behandeling ter zitting: | |
| Op verzoeken om uitstel, die na afloop van de in artikel 7.4. genoemde termijn zijn ingediend, wordt als volgt beslist: | |
|
|
| De partij die uitstel vraagt, dient de verhinderdata van beide partijen op te geven voor een door de rechtbank te bepalen periode. | |
| De beslissing op een uitstelverzoek als hiervoor bedoeld, wordt schriftelijk aan partijen medegedeeld. | |
| Minderjarigen | |
| kinderverhoor: | |
| Verhoor van minderjarige kinderen: | |
| In scheidingen, waarin kinderen van 12 - 18 jaar zijn betrokken, worden deze in ieder geval opgeroepen voor verhoor wanneer een gezagsvoorziening wordt gevraagd. | |
| Deze oproep wordt ook gedaan | |
|
|
| Uitspraak | |
| (zie ook artikel 429k Rv) | |
| 9.1. Termijn voor uitspraak is: | |
| a. bij voorlopige voorzieningen: | |
| 2 weken na de datum waartegen behandeling is bepaald of - in het geval dat er geen behandeling is bepaald - 2 weken na de datum waarop duidelijk werd dat werd afgezien van behandeling; | |
| b. bij verstekken, refertes en gemeenschappelijke verzoeken: | |
| 3 weken na het moment dat is geconstateerd dat de zaak gereed is voor beschikking; | |
| c. bij zaken waarin verweer is gevoerd en waarbij is afgezien van behandeling ter zitting: | |
| 4 weken na het moment dat is geconstateerd dat de zaak gereed is voor beschikking; | |
| d. bij zaken waarin verweer en waarbij een behandeling ter zitting heeft plaatsgevonden: | |
| 4 weken na de datum van de zitting of - indien toen nog een termijn voor overlegging van nadere informatie en een reactie daarop werd gegund - 4 weken na afloop van de laatstgenoemde termijn. | |
| Zodra zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan te verwachten is dat de onder a. en d. genoemde termijnen niet worden gehaald, zal ter zitting een langere termijn worden bepaald. | |
| Indien blijkt dat - om welke reden dan ook - de hiervoor vermelde uitspraaktermijnen toch niet gehaald worden, dient dat schriftelijk aan partijen medegedeeld te worden met vermelding van een nieuwe uitspraakdatum. | |
| De hiervoor genoemde termijnen zijn bedoeld als maximumtermijnen. | |
| Overgangsbepaling | |
| Het reglement is van toepassing op alle procedures vanaf 1 januari 2001. Wat betreft de op dat moment in lopende procedures is het reglement van toepassing op de proceshandelingen die na 1 januari 2001 nog worden verricht. | |
| Bijlage 1: Controlelijst (echt)scheidingsverzoekschriften | |
| Bij controle bleek het verzoekschrift niet te zijn voorzien van de hieronder aangekruiste informatie c.q. bescheiden. | |
| 1. verzoekschrift in ............voud | |
| 2. naam, voornamen verzoek(st)er | |
| 3. gba-uittreksel verzoek(st)er (met vermelding verblijfsduur in Nederland en alle nationaliteiten) | |
| 4. naam en adres procureur/advocaat verzoek(st)er | |
| 5. naam, voornamen echtgeno(o)t(e) | |
| 6. gba-uittreksel echtgeno(o)t(e) (met vermelding verblijfsduur in Nederland en alle nationaliteiten) | |
| 7. naam, voornamen van ieder minderjarig kind van partijen tezamen of van één van hen | |
| 8. afschrift(en) van de akte van geboorte van ieder minderjarig kind | |
| 9. woonplaats / werkelijke verblijfplaats van ieder minderjarig kind | |
| 10. afschrift van de huwelijksakte | |
| 11. (voorzover nodig naast de in punt 6 bedoelde bescheiden) bescheiden waaruit blijkt: | |
| a. dat beide echtgenoten Nederlander zijn (geen kopie paspoort) | |
| b. dat één der echtgenoten sedert 12 maanden of indien hij/zij Nederlander is sedert 6 maanden woonplaats heeft in Nederland | |
| c. sedert wanneer de echtgeno(o)t(e), die niet de Nederlandse nationaliteit heeft, woonachtig is in Nederland; | |
| 12. - ingeval van ontbinding na scheiding van tafel en bed - een authentiek afschrift van de beslissing van scheiding van tafel en bed | |
| 13. het scheidingsconvenant in drievoud | |
| 14. relevante omstandigheden voor de bepaling van het toepasselijk huwelijksvermogensrecht | |
| 15. een uitgebreidere motivering van de afwijking van gezamenlijk gezag | |
| 16. overige: | |
| U wordt verzocht de aangekruiste bescheiden of vermeldingen alsnog zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk vóór afloop van de verweertermijn / uiterlijk 4 weken na dagtekening van deze lijst in één keer aan te vullen. | |
| Wanneer na afloop van de gegeven termijnen wordt geconstateerd dat de gevraagde vermeldingen c.q. bescheiden niet zijn ontvangen zonder dat daarvoor vóór afloop van genoemde termijnen schriftelijk klemmende redenen zijn aangevoerd, zal verzoek(st)er niet ontvankelijk worden verklaard in het verzoek. | |
| Datum De griffier | |
| Bijlage 2: Referteverklaring | |
| Ondergetekende, | |
| (naam voluit), | |
| (adres voluit), | |
| verklaart kennis te hebben genomen van het verzoekschrift tot echtscheiding, afkomstig van zijn/haar echtgenote/echtgenoot | |
| (naam voluit), | |
| in welke verzoekschrift wordt verzocht: | |
| (tekst petitum). | |
| Ondergetekende verzet zich niet tegen de verzochte echtscheiding. | |
| Ondergetekende verzet zich er evenmin tegen dat door de rechter de in het verzoekschrift vermelde nevenvoorzieningen worden getroffen. | |
| Ondergetekende weet dat hij/zij het wettelijk recht heeft gedurende (tenminste) zes weken na betekening van het verzoekschrift zich te bezinnen op de vraag of hij/zij verweer zal voeren. | |
| Ondergetekende zal echter geen verweer voeren en heeft er geen bezwaar tegen dat de rechtbank reeds voor afloop van voormelde verweertermijn beslist op het genoemde verzoekschrift. | |
| Ondergetekende machtigt mr. ...................................... om deze verklaring over te leggen aan de rechtbank. | |
| (plaats) | |
| (datum) | |
| (handtekening) | |
| Mr. ...................................... verklaart hierbij het hiervoor genoemde scheidingsverzoek plus nevenvoorzieningen besproken te hebben met de ondertekenaar van deze referteverklaring voor dat deze gemelde verklaring heeft ondertekend, terwijl ondergetekende heeft geconstateerd dat bovenstaande handtekening afkomstig is van degene die de betreffende verklaring aflegt. | |
| (handtekening advocaat). | |
| Bijlage 3: Oproepingsbrief voor de zitting | |
| (kop van brief met Justitie Huisstijl) | |
| In bovenstaande procedure is de behandeling ter zitting bepaald op | |
| .............................................. om ..............uur in het gerechtsgebouw gelegen aan ........................................................................................... | |
| De rechter heeft voorts bepaald dat uiterlijk 10 dagen voor vermelde behandelingsdatum de hieronder genoemde bescheiden - voorzover aangekruist - dienen te zijn overgelegd: | |
| over te leggen door de man: | |
| van een werknemer de jaaropgaven over het vorige (of voorvorige) jaar en de laatste drie loonopgaven en/of uitkeringsspecificaties; | |
| van een zelfstandige de laatste drie vastgestelde jaarrekeningen en over de tijd daarna de voorlopige cijfers, ook tussentijdse; | |
| de laatste drie aangiften inkomsten- en vermogensbelasting, indien bestaand, met de bijbehorende aanslagen; | |
| een specificatie van de woonlasten met bewijsstukken; | |
| bewijsstukken van de eventuele schuld(en) en opgave van de restantschuld(en) en restantlooptijd, alsmede opgave waarvoor deze schuld(en) is (zijn) aangegaan; | |
| een bewijsstuk van de premie ziektekostenverzekering alsmede opgave van de (eventuele) bijdrage van de werkgever daarin; | |
| bewijsstukken van eventuele andere bijzondere kosten, | |
| een draagkrachtberekening (over en weer) met alle daaraan ten grondslag liggende bescheiden voorzover hiervoor nog niet vermeld, | |
| een behoefteberekening met alle daaraan ten grondslag liggende bescheiden voorzover hiervoor nog niet vermeld, | |
| bij kinderalimentatie een berekening van de draagkracht van een onderhoudsplichtige stiefouder. | |
| over te leggen door de vrouw: | |
| van een werknemer de jaaropgaven over het vorige (of voorvorige) jaar en de laatste drie loonopgaven en/of uitkeringsspecificaties; | |
| van een zelfstandige de laatste drie vastgestelde jaarrekeningen en over de tijd daarna de voorlopige cijfers, ook tussentijdse; | |
| de laatste drie aangiften inkomsten- en vermogensbelasting, indien bestaand, met de bijbehorende aanslagen; | |
| een specificatie van de woonlasten met bewijsstukken; | |
| bewijsstukken van de eventuele schuld(en) en opgave van de restantschuld(en) en restantlooptijd, alsmede opgave waarvoor deze schuld(en) is (zijn) aangegaan; | |
| een bewijsstuk van de premie ziektekostenverzekering alsmede opgave van de (eventuele) bijdrage van de werkgever daarin; | |
| bewijsstukken van eventuele andere bijzondere kosten, | |
| een draagkrachtberekening (over en weer) met alle daaraan ten grondslag liggende bescheiden voorzover hiervoor nog niet vermeld, | |
| een behoefteberekening met alle daaraan ten grondslag liggende bescheiden voorzover hiervoor nog niet vermeld, | |
| bij kinderalimentatie een berekening van de draagkracht van een onderhoudsplichtige stiefouder. | |
| De rechter kan besluiten op informatie die na de hiervoor genoemde termijn is binnengekomen geen acht te slaan. | |
| Partijen kunnen binnen tien dagen na verzending van de oproep schriftelijk uitstel van de eerste behandeling ter zitting vragen, zulks onder gelijktijdige opgave van verhinderdagen van beide partijen voor een door de rechter te bepalen periode. | |
| Een met inachtneming van vorenstaande regels gevraagd uitstel zal altijd worden verleend. | |
| Van een behandeling ter zitting kan worden afgezien indien zowel verzoek(st)er als verweer(d)(st)er dat schriftelijk aan de rechter hebben laten weten, tenzij de rechter termen aanwezig acht toch een behandeling ter zitting te gelasten. | |
| U wordt verzocht dit strookje ingevuld te retourneren aan ..................................... | |
| Ik, (naam) ................................................................... kom wel / niet naar de zitting. | |