| Eerste aanleg |
|
| Artikel 1 Ontvangstbevestiging/kennisgeving |
|
|
1. Binnen twee weken nadat het beroepschrift bij de Raad is ingekomen,
wordt een ontvangstbevestiging gezonden aan de indiener van het
beroepschrift.
|
|
| 2. Binnen twee weken nadat het beroepschrift bij de Raad is ingekomen,
wordt een kennisgeving daarvan gezonden aan het bestuursorgaan dat het
bestreden besluit heeft genomen. |
|
|
 |
| Hoger beroep |
|
| Artikel 2 Ontvangstbevestiging/kennisgeving |
|
| 1. Binnen twee weken nadat het beroepschrift bij de Raad is ingekomen,
wordt een ontvangstbevestiging gezonden aan de indiener van het
beroepschrift. |
|
| 2. Binnen twee weken nadat het beroepschrift bij de Raad is ingekomen,
wordt een kennisgeving daarvan gezonden aan de andere partij(en) bij die
uitspraak. |
|
| 3. Binnen twee weken nadat het beroepschrift bij de Raad is ingekomen,
wordt een mededeling daarvan gezonden aan de griffier van de rechtbank
die de aangevallen uitspraak heeft gedaan. |
|
|
 |
| Eerste aanleg |
|
| Artikel 3 Uitnodiging griffierecht |
|
| 1. Binnen twee weken na de ontvangst van het beroepschrift wordt de
indiener door middel van toezending per gewone post van een
acceptgirokaart uitgenodigd het verschuldigde griffierecht per omgaande
te doen bijschrijven op de rekening van de Raad. |
|
|
2. Indien het verschuldigde griffierecht niet binnen twee weken na de
datum van verzending van de uitnodiging is bijgeschreven op de rekening
van de Raad dan wel ter griffie is betaald, wordt de indiener van het
beroepschrift bij aangetekende brief uitgenodigd het verschuldigde
griffierecht binnen vier weken na verzending te voldoen.
|
|
|
In die uitnodiging wordt vermeld dat het beroep niet-ontvankelijk kan
worden verklaard, indien het verschuldigde griffierecht niet binnen die
termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie
is betaald.
|
|
|
3. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van een
beroepschrift dat is ingediend door een gemachtigde die bij de Centrale
Raad van Beroep een rekening-courant aanhoudt ten laste waarvan het
verschuldigde griffierecht kan worden gebracht.
|
|
|
4. In afwijking van het tweede lid wordt de in het buitenland
woonachtige belanghebbende, van wie het verschuldigde griffierecht niet
binnen een termijn van vier weken na de datum van verzending van de
uitnodiging is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter
griffie is betaald, bij aangetekende brief uitgenodigd het verschuldigde
griffierecht binnen vier weken na verzending te voldoen. In die
uitnodiging wordt vermeld dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden
verklaard, indien het griffierecht niet binnen die termijn is
bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is betaald.
|
|
|
 |
|
|
|
1. Voorfase
|
|
|
|
|
|
Hoger beroep
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 4 Uitnodiging griffierecht
|
|
|
1. Binnen twee weken na de ontvangst van het beroepschrift wordt de
indiener, niet zijnde een bestuursorgaan, door middel van toezending per
gewone post van een acceptgirokaart uitgenodigd het verschuldigde
griffierecht per omgaande te doen bijschrijven op de rekening van de
Raad.
|
|
|
2. Indien het verschuldigde griffierecht niet binnen twee weken na de
datum van verzending van de uitnodiging is bijgeschreven op de rekening
van de Raad dan wel ter griffie is betaald, wordt de indiener van het
beroepschrift bij aangetekende brief uitgenodigd het verschuldigde
griffierecht alsnog binnen een termijn van vier weken na verzending te
voldoen. In die uitnodiging wordt vermeld dat het hoger beroep
niet-ontvankelijk kan worden verklaard, indien het verschuldigde
griffierecht niet binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van
de Raad dan wel ter griffie is betaald.
|
|
|
3. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van een
beroepschrift dat is ingediend door een gemachtigde die bij de Centrale
Raad van Beroep een rekening-courant aanhoudt ten laste waarvan het
verschuldigde griffierecht kan worden gebracht.
|
|
|
4. In afwijking van het tweede lid wordt de in het buitenland
woonachtige belanghebbende, van wie het verschuldigde griffierecht niet
binnen een termijn van vier weken na de datum van verzending van de
uitnodiging is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter
griffie is betaald, uitgenodigd het verschuldigde griffierecht binnen
vier weken na verzending te voldoen. In die uitnodiging wordt vermeld
dat het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, indien het
griffierecht niet binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van
de Raad dan wel ter griffie is betaald.
|
|
|
5. Indien het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen,
hoger beroep heeft ingesteld en de uitspraak van de rechtbank in stand
blijft, wordt de rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan behoort binnen
twee weken na de datum van verzending van de uitspraak van de Raad
uitgenodigd het verschuldigde griffierecht binnen een termijn van vier
weken na de datum van verzending van de uitnodiging te voldoen.
|
|
|
 |
|
|
|
1. Voorfase
|
|
|
|
|
|
Eerste aanleg en hoger beroep
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 5 Herstel vormverzuim
|
|
|
1. Indien het beroepschrift niet voldoet aan de vereisten als bedoeld
in artikel 6:5, eerste lid, onder a, c en d, van de Awb, wordt de
indiener van het beroepschrift binnen twee weken na de ontvangst van het
beroepschrift per gewone post uitgenodigd het geconstateerde vormverzuim
te herstellen binnen vier weken na de dag van verzending van die
uitnodiging.
|
|
|
2. Indien de indiener van het beroepschrift niet binnen de gestelde
termijn van vier weken het geconstateerde verzuim heeft hersteld, wordt
de indiener alsnog bij aangetekende brief een termijn van twee weken na
verzending gegeven om dit vormverzuim te herstellen. In deze uitnodiging
wordt vermeld dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard
indien het geconstateerde verzuim niet binnen de gestelde termijn is
hersteld.
|
|
|
3. In afwijking van het tweede lid wordt aan de in het buitenland
woonachtige belanghebbenden alsnog per aangetekende brief een termijn
van vier weken na verzending gegeven om dit verzuim te herstellen.
|
|
|
 |
|
|
|
I. Voorfase
|
|
|
|
|
|
Eerste aanleg en hoger beroep
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 6 Overleggen machtiging
|
|
|
1. Indien een machtiging wordt verlangd als bedoeld in artikel 8:24,
tweede lid, van de Awb, wordt de indiener van het beroepschrift binnen
twee weken na de ontvangst van het beroepschrift per gewone post
uitgenodigd de verlangde machtiging binnen vier weken na de dag van
verzending van die uitnodiging in te zenden.
|
|
|
2. Indien de indiener van het beroepschrift niet binnen de gestelde
termijn van vier weken de verlangde machtiging als bedoeld in artikel
8:24, tweede lid, van de Awb heeft ingezonden, wordt hij bij
aangetekende brief uitgenodigd dit vormverzuim binnen twee weken na
verzending te herstellen. In deze brief wordt een waarschuwing gegeven
dat niet of niet-tijdige inzending van de verlangde machtiging ertoe kan
leiden dat het beroep op naam van de beweerdelijk gemachtigde wordt
gesteld en dat het (hoger) beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
|
|
|
3. In afwijking van het tweede lid wordt aan de in het buitenland
woonachtige indiener van het beroepschrift alsnog per aangetekende brief
een termijn van vier weken na verzending gegeven om dit verzuim te
herstellen.
|
|
|
4. De vorenstaande leden zijn van overeenkomstige toepassing op het
aantonen van de bevoegdheid van degene die als bestuurder, dan wel in
een daarmee vergelijkbare statutaire of institutionele hoedanigheid,
(hoger) beroep heeft ingesteld namens een rechtspersoon of andere
entiteit.
|
|
|
 |