Aanbeveling 4: De (neven)functies van de (vroegere) echtgeno(o)t(e), (ex)partner of nauwe bloed- en aanverwanten
Een (neven)functie van de (vroegere)echtgeno(o)t(e), (ex)partner of nauwe bloed- en aanverwanten van de
rechter kan de onpartijdigheid van de rechter beïnvloeden en kan deze rechter noodzaken tot het niet
behandelen van een zaak.
De rechter die een partner of echtgeno(o)t(e) heeft die advocaat, deurwaarder of notaris is, of anderszins
beroepsmatig rechtsbijstand verleent, zorgt er voor geen zaken te behandelen waarbij die partner of
echtgeno(o)t(e) uit hoofde van zijn of haar functie betrokken is (geweest).
De rechter die een partner of echtgeno(o)t(e) heeft die officier van justitie is zorgt er voor geen zaken
te behandelen van het parket waar die partner of echtgeno(o)t(e) werkt.
Bij zaken waarin een der procespartijen de werkgever of de werknemer is van de partner of echtgeno(o)t(e)
van de rechter zal de rechter beoordelen of dit zijn rechterlijke onpartijdigheid zal kunnen schaden.
Toelichting
In de eerste zin is in zeer algemene bewoordingen tot uitdrukking gebracht dat de rechter ook bedacht moet
zijn op mogelijke partijdigheid indien het (neven)functies van zijn vroegere echtgeno(o)t(e), ex-partner,
of nauwe bloed- en aanverwanten betreft. Gelet op de algemene bewoordingen van de eerste zin is het niet
noodzakelijk deze personen elders in deze aanbeveling opnieuw te noemen.
Met de tweede zin is niet alleen gedacht aan zaken die de echtgeno(o)t(e) of partner zelf onder zich
heeft, maar ook aan zaken waarbij die echtgeno(o)t(e) of partner anderszins (inhoudelijk) betrokken is
(geweest). Gedacht kan daarbij worden aan zaken waarover in een (werk)overleg inhoudelijk discussie is
gevoerd. De rechter weet natuurlijk niet altijd - denk aan het beroepsgeheim - bij welke zaken zijn
echtgeno(o)t(e) of partner betrokken is geweest. Duidelijk zal zijn dat de aanbeveling alleen betrekking
kan hebben op de situatie waarin de rechter feitelijk op de hoogte is van de hiervoor genoemde
betrokkenheid van zijn echtgeno(o)t(e) of partner.
De derde zin ziet uitdrukkelijk niet alleen op een rechter die werkzaam is in de strafsector. Ook in
andere sectoren kan een strafdossier (zijdelings) aan de orde komen en ook in dat geval dient geen
behandeling plaats te vinden door de rechter wiens echtgeno(o)t(e) of partner bij het desbetreffende
parket werkt. In de derde zin wordt met parket gedoeld op het parket dat de zaak op dat moment feitelijk
in behandeling heeft (een arrondissementsparket dan wel een ressortparket). Heeft een raadsheer een
echtgeno(o)t(e) of partner werken op een arrondissementsparket dan hoeft dat de raadsheer niet te
weerhouden van het behandelen van appelzaken van dat arrondissementsparket, tenzij de eerste zin van de
aanbeveling van toepassing is, dan wel één van den andere aanbevelingen, zoals bijvoorbeeld aanbeveling 1.
De vierde zin brengt mee dat de rechter zijn onpartijdigheid zelf moet beoordelen. Daarbij speelt de
positie die de partner in het bedrijf inneemt en de aard en omvang van dat bedrijf een belangrijke rol.