3. Verhouding tot de cliënt
3.1 Begin en einde van de betrekkingen met de cliënt
3.1.1 De advocaat treedt slechts op wanneer hij daartoe opdracht van zijn cliënt heeft gekregen, tenzij hij opdracht ontvangt van een andere advocaat, die de cliënt vertegenwoordigt, of van een bevoegde instantie. De advocaat dient redelijkerwijs moeite te doen om de identiteit, de competentie en de bevoegdheden van de persoon of organisatie van wie hij de opdracht heeft ontvangen te achterhalen, indien specifieke omstandigheden aan het licht mochten brengen dat genoemde identiteit, competentie en bevoegdheden niet duidelijk vaststaan.
3.1.2 De advocaat zal met spoed, gewetensvol en met ijver zijn cliënt adviseren en verdedigen. Hij aanvaardt persoonlijk de verantwoordelijkheid voor de taak, die hem is toevertrouwd. Hij houdt zijn cliënt op de hoogte van het verloop van de zaak waarmede hij belast is.
3.1.3 De advocaat neemt geen zaak op zich, als hij weet of behoort te weten, dat hij niet de nodige bekwaamheid bezit om deze te behandelen, tenzij hij dat doet in samenwerking met een advocaat die die bekwaamheid wél bezit. De advocaat kan geen zaak aanvaarden als hij niet in de gelegenheid is deze met spoed te behandelen, rekening houdend met zijn overige verplichtingen.
3.1.4 De advocaat, die van zijn recht gebruik maakt zich aan een zaak te onttrekken, dient zich ervan te vergewissen, dat de cliënt tijdig de bijstand van een andere advocaat kan verkrijgen om te voorkomen dat de cliënt schade zou lijden.
3.2 Tegenstrijdige belangen
3.2.1 De advocaat behoort in eenzelfde zaak niet de raadsman, de vertegenwoordiger of de verdediger te zijn van meer dan één cliënt, indien er een belangentegenstelling tussen deze cliënten bestaat of er een wezenlijke dreiging bestaat dat een zodanige tegenstelling zal ontstaan.
3.2.2 De advocaat dient zich ervan te onthouden de zaken van alle betrokken cliënten te behandelen, indien zich een tegenstrijdigheid van belangen voordoet, het beroepsgeheim dreigt geschonden te worden of zijn onafhankelijkheid in gevaar dreigt te komen.
3.2.3 De advocaat mag geen zaak van een nieuwe cliënt op zich nemen, indien de geheimhouding van de inlichtingen die hij van een vroegere cliënt heeft verkregen, dreigt te worden aangetast of indien de kennis, die hij van de zijde van de vroegere cliënt verkregen had, de nieuwe cliënt ongerechtvaardigd zou bevoordelen.
3.2.4 Als advocaten het beroep in groepsverband uitoefenen, zijn de artikelen 3.2.1 tot 3.2.3 van toepassing zowel op de groep in zijn geheel als op haar individuele leden.
3.3 Pactum de quota litis
3.3.1 De advocaat mag zijn honorarium niet vaststellen op basis van een `pactum de quota litis´.
3.3.2 Met `pactum de quota litis´ is bedoeld een overeenkomst aangegaan tussen de advocaat en zijn cliënt vóór de beëindiging van de zaak, waarbij de cliënt zich verbindt aan de advocaat een bepaald deel van de opbrengst van de zaak te zullen uitkeren, hetzij in geld hetzij in enig ander goed of waarde.
3.3.3 Als een dergelijk pactum wordt niet beschouwd de overeenkomst, waarbij het honorarium wordt bepaald in samenhang met het belang van het geschil met de behandeling waarvan de advocaat is belast, indien dat honorarium in overeenstemming is met een officieel tarief of is toegelaten door de bevoegde autoriteit waaronder de advocaat ressorteert.
3.4 Vaststelling van het honorarium
3.4.1 De advocaat moet zijn cliënt de nodige inlichtingen geven met betrekking tot het gevraagde honorarium en het bedrag ervan dient billijk en gerechtvaardigd te zijn.
3.4.2 Onverminderd een andere rechtsgeldige afspraak tussen de advocaat en zijn cliënt dient de wijze van berekening van het honorarium in overeenstemming te zijn met de voorschriften van de balie waartoe de advocaat behoort. Als hij lid is van meer dan één balie, gelden de regels van die balie, waarmede de betrekkingen tussen de advocaat en zijn cliënt het nauwst verbonden zijn.
3.5 Voorschotten op honorarium en verschotten
Wanneer de advocaat een voorschot voor verschotten en honorarium verlangt, mag dat voorschot een redelijke raming van het honorarium en de verschotten, die de zaak waarschijnlijk zal gaan kosten, niet overschrijden.
Bij gebrek aan betaling van een voorschot mag de advocaat ervan afzien de zaak te behandelen of er zich aan onttrekken, behoudens het bepaalde in artikel 3.1.4.
3.6 Verdeling van honoraria met iemand, die geen advocaat is
3.6.1 Behoudens het hieronder bepaalde is het de advocaat verboden zijn honorarium te delen met iemand, die geen advocaat is, behalve wanneer een samenwerkingsverband tussen de advocaat en de andere persoon is toegestaan door het recht van de lidstaat, waartoe de advocaat behoort.
3.6.2 De bepaling van artikel 3.6.1 is niet van toepassing op bedragen of vergoedingen die door een advocaat worden uitgekeerd aan de erfgenamen van een overleden advocaat of aan een advocaat, die zijn beroep neerlegt, ter zake van zijn introductie bij de cliënten als opvolger van die advocaat.
3.7 Oplossing aangepast aan het belang van de zaak, en in aanmerking komen voor rechtsbijstand
3.7.1 De advocaat dient te allen tijde te trachten om in het geschil van zijn cliënt een oplossing te vinden, die is aangepast aan het belang van de zaak, en hij zal zijn cliënt op het juiste moment nadrukkelijk adviseren over de gewenstheid om tot een schikking te komen of een beroep te doen op alternatieve oplossingen om het geschil te beëindigen.
3.7.2 Indien de cliënt in aanmerking komt voor kosteloze rechtsbijstand of rechtsbijstand tegen verminderd tarief, is de advocaat verplicht hem daarvan in kennis te stellen.
3.8 Gelden van derden
3.8.1 Wanneer een advocaat te eniger tijd gelden ten behoeve van zijn cliënten of van derden (hieronder te noemen `gelden van derden´) onder zich heeft, is hij verplicht de hiernavolgende regels in acht te nemen.
3.8.1.1 De gelden van derden dienen steeds gedeponeerd te blijven op een rekening bij een bank of soortgelijke instelling, die als zodanig door de overheid is toegelaten. Alle gelden van derden, die een advocaat ontvangt, moeten op een dergelijke rekening gestort worden, behalve in geval van een uitdrukkelijke of stilzwijgende machtiging van de cliënt om er een andere bestemming aan te geven.
3.8.1.2 Iedere op naam van de advocaat geopende rekening, die gelden van derden betreft, dient in het rekeningshoofd te vermelden, dat de desbetreffende gelden gehouden worden ten behoeve van de cliënt(en) van de advocaat.
3.8.1.3 De rekeningen van de advocaat waarop gelden van derden gestort worden, moeten permanent gedekt zijn voor tenminste het totale bedrag van gelden van derden, dat de advocaat onder zich heeft.
3.8.1.4 De gelden van derden moeten terstond aan cliënten worden overgemaakt, of anders binnen een door de cliënt toegestane termijn.
3.8.1.5 Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen of bevel van het Hof en uitdrukkelijke dan wel stilzwijgende toestemming van de cliënt voor wie de betaling wordt verricht, mogen er uit gelden van derden geen betalingen voor rekening van een cliënt aan een derde worden gedaan, waaronder begrepen:
a. Betaling aan of voor een cliënt met gelden toebehorende aan een andere cliënt,
b. Het vooruit opnemen van honorarium door de advocaat.
3.8.1.6 De advocaat houdt een volledig en nauwkeurig rekeningoverzicht bij van alle verrichtingen betreffende gelden van derden, waarbij hij onderscheid maakt tussen de gelden van derden en andere bedragen, die hij onder zich heeft; hij dient aan de cliënt op diens verzoek het hem toekomende over te maken.
3.8.1.7 De bevoegde autoriteiten van de lidstaten hebben het recht, onder eerbiediging van het beroepsgeheim, de bescheiden, die betrekking hebben op de gelden van derden, te controleren en te onderzoeken, teneinde zich ervan te overtuigen, dat de regels die zij hebben vastgesteld, behoorlijk worden nageleefd, alsmede om inbreuken op die regels te sanctioneren.
3.8.2 Behoudens het hierna volgende en onverminderd het bepaalde in artikel 3.8.1 hierboven, moet de advocaat, die gelden van derden onder zich heeft in het kader van beroepsactiviteiten uitgeoefend in een andere lidstaat, de voorschriften naleven betreffende het deponeren en het boeken van gelden van derden, die toegepast worden door de balie van de lidstaat van herkomst waartoe hij behoort.
3.8.3 De advocaat, die zijn activiteiten uitoefent in een lidstaat van ontvangst, mag met toestemming van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst en van die van ontvangst, uitsluitend de regels van de lidstaat van ontvangst inachtnemen, zonder gehouden te zijn de regels van de lidstaat van herkomst na te leven. In dat geval is de advocaat verplicht de nodige maatregelen te treffen om zijn cliënten ervan op de hoogte te stellen, dat hij de regels naleeft, die gelden in de lidstaat van ontvangst.
3.9 Verzekering voor beroepsaansprakelijkheid
3.9.1 De advocaat moet steeds binnen redelijke grenzen verzekerd zijn voor zijn beroepsaansprakelijkheid, daarbij rekening houdende met de aard en de omvang van de risico´s, die hij uit hoofde van zijn praktijk loopt.
3.9.2 Wanneer een advocaat diensten verleent of beroepsactiviteiten uitoefent in een ontvangende lidstaat, is hij aan de volgende bepalingen onderworpen:
3.9.2.1 De advocaat moet aan de bepalingen voldoen, die betrekking hebben op de verplichting zich te verzekeren voor beroepsaansprakelijkheid en die toepasselijk zijn in de lidstaat van herkomst.
3.9.2.2 Wanneer een advocaat, die gehouden is een beroepsaansprakelijkheidsverzekering aan te gaan in de lidstaat van herkomst, praktijk uitoefent in een lidstaat van ontvangst, moet hij trachten een uitbreiding van die verzekering tot zijn beroepsactiviteiten in de lidstaat van ontvangst te verkrijgen.
3.9.2.3 Wanneer de regels van de lidstaat van herkomst de advocaat niet verplichten een dergelijke verzekering aan te gaan, of wanneer de uitbreiding van de verzekering als bedoeld in artikel 3.9.2.2 onmogelijk blijkt te zijn, moet de advocaat niettemin zich verzekeren voor zijn beroepsactiviteiten in de lidstaat van ontvangst, ten behoeve van cliënten in die lidstaat van ontvangst, tot tenminste een zelfde bedrag als dit verplicht is voor de advocaten van de lidstaat van ontvangst, behalve als het hem onmogelijk is een dergelijke verzekering af te sluiten.
3.9.2.4 In geval een advocaat geen verzekering kan verkrijgen overeenkomstig de voorgaande regels, dient hij diegenen van zijn cliënten, die riskeren schade te lijden bij gebrek aan een verzekering, in te lichten.
3.9.2.5 De advocaat, die praktijk uitoefent in een lidstaat van ontvangst, mag met toestemming van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst en van die van ontvangst uitsluitend de regels naleven, die gelden voor de beroepsaansprakelijkheidsverzekering in de lidstaat van ontvangst. In dat geval is de advocaat gehouden de nodige maatregelen te nemen om zijn cliënten ervan op de hoogte te stellen, dat zijn verzekering in overeenstemming is met de regels die gelden in de lidstaat van ontvangst.